Rum wordt al eeuwen lang over de gehele wereld gedistilleerd, zowel in pot-stills (aromatische hoge ester rums) als in column-stills (light rums), maar vooral daar waar ook suikerriet groeit en veel voorhanden is, het Caribisch gebied dus. In feite is rum een bijproduct van de rietsuikerproductie. Ieder land, zelfs regio heeft zijn eigen karakteristieke manier van fermenteren en distilleren, waardoor er een zeer breed scala ontstaat van typen rum. De meeste rums zijn blends, maar er worden in navolging van de whisky industrie steeds meer kwaliteitsrums gemaakt van een enkele distilleerderij en men laat rum ook steeds vaker lang rijpen op eikenhouten vaten, vooral ex-bourbon vaten. Het woord rum stamt waarschijnlijk af van het Latijnse woord voor suiker sacharrum. Enkele van de vele bijnamen van rum: Kill-Devil, Barbados Water, Pirate’s Drink, Demon Water, Nelson’s Blood, Screech, Tafia (West Indies). Voorwaarde is dus, dat er suikerriet groeit (hoewel een aantal soorten tegenwoordig ook zonder suikerriet wordt gemaakt), want dat is de basis van rum. Rum is een distillaat van de melasse van suikerriet. Suikerriet is een grassoort, die tot 6 meter hoog kan worden en tijdens de bloei een machtige bloemenkrans draagt. De plant is aangewezen op een tropisch of subtropisch klimaat om tot volle wasdom te komen, maar is dan ook volop aanwezig. Uit het onderste gedeelte van de stengel wordt rietsuiker gewonnen, dit doet men door de stengels klein te hakken en te walsen, het dikke kleverige sap dat deze methode oplevert, stroomt in reservoirs en wordt later bijna tot het kookpunt verhit. Dan volgt afkoeling, waarna de afgezette verontreinigingen worden verwijderd. Opnieuw volgt dan een verhitting en een afkoeling en wat dan overblijft, is een donkere, weelderige stroop die op dat moment al redelijk zuiver is. Deze stroop wordt in een centrifuge gedaan die al draaiend de suikerkristallen afscheidt, dit komt later als rietsuiker in de handel. De resterende donkere en stroperige vloeistof noemt men melasse, waaruit de rum wordt gedistilleerd. Rum is na de distillatie kleurloos, een gevolg van het feit dat alle kleurstoffen tijdens het distilleren in de apparatuur achterblijven. Er bestaat echter zowel kleurloze (witte) als gekleurde (bruine) rum. De kleur ontstaat doordat de rum rijpt op eikenhouten vaten en/of er wordt karamelkleurstof E150 toegevoegd. Zoals bij whisky speelt natuurlijk ook bij rum de leeftijd een rol. Een aantal distilleerderijen vermeldt dan ook de leeftijd op het etiket.
GESCHIEDENIS
De geschiedenis van rum is de geschiedenis van suiker. Suiker is een zoete kristallijn koolhydraat dat van nature voorkomt in een verscheidenheid van planten. Eén daarvan is het suikerriet (Saccharum officinarum), een lange, dikke grassoort die zijn oorsprong vindt op de eilanden van het huidige Indonesië. Chinese handelaren brachten de teelt naar Azië en naar India. Arabieren op hun beurt brachten het gras naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika waar het onder de aandacht van de Europeanen kwam tijdens de kruistochten in de 11e eeuw. In 1493 bracht Christopher Columbus al suikerriet stekken naar de Canarische Eilanden en op zijn tweede reis naar Amerika nam hij ze mee naar Hispaniola, het eiland in het Caribisch gebied dat nu wordt gedeeld door Haïti en de Dominicaanse Republiek. Portugese ontdekkingsreizigers deden al vrij snel hetzelfde in Brazilië. Het Caribisch gebied bleek een ideaal klimaat voor het verbouwen van suikerriet te hebben en de productie van suiker verspreidde zich snel rond de eilanden. De onverzadigbare vraag in Europa naar suiker leidde al snel tot de oprichting van honderden suikerrietplantages in de nieuwe koloniën. Suikerriet molenaars ontdekten in het midden van de 17e eeuw al dat als melasse werd gemengd met water en in de zon gistte het een best lekker drankje werd. In de Engelse koloniën heette het Kill Devil of Rumbullion (herkomst onzeker maar waarschijnlijk een verbastering van rebellion), later dus ingekort tot rum. Lokaal werd rum gebruikt als wondermiddel voor de vele pijntjes die de immigranten hadden in de tropische gebieden. Plantage eigenaren verkochten de rum ook aan de Britse marine, volop aanwezig in het Caribisch gebied om geclaimd land te bewaken. De Britse marine gaf zijn bemanningen tot 1730 een dagelijks rantsoen van een half-pint rum. Dit rantsoen werd in 1730 gewijzigd door het te mengen met een gelijke hoeveelheid water om een drank genaamd grog te produceren. Het rantsoen grog bleef in de Britse marine bestaan tot 1970! De Britse marine introduceerde de rum langzaam maar zeker in de buitenwereld en in de late 17e eeuw ontstond er langzaam maar zeker een bloeiende handel in rum naar Groot-Brittannië en naar de Britse koloniën in Noord-Amerika, waar het zeer populair werd. Deze export van rum naar Noord-Amerika, in ruil voor hout en gedroogde kabeljauw (nog steeds een culinair gerecht in het Caribisch gebied) uit New England bloeide dermate op, dat het Britse parlement ter bescherming van de Britse distillateurs de handel in gedistilleerd tussen de koloniën onderling verbood. Om die protectionistische wetten te omzeilen, gingen de koloniën over tot de export van melasse aan nieuw opgerichte distilleerderijen in New England. Smokkel in rum vierde als gevolg van die wetten natuurlijk ook hoogtij. Maar veel erger: om op de vrachtkosten van melasse te besparen werd er een bijzonder nare oplossing gevonden, de zogenaamde slavendriehoek. De eerste etappe was het transport van de melasse naar New England om aldaar te maken. De tweede etappe was de verzending van rum naar de havens van West-Afrika om deze daar te ruilen voor slaven. De laatste etappe was de passage van de slavenschepen naar de suikerrietplantages van het Caribisch gebied en Zuid-Amerika waar veel van de slaven aan het werk werden gezet in de suikerrietplantages. De Amerikaanse Revolutie en de opkomst van de whiskeyproductie in Noord-Amerika leidde langzaam maar zeker de teloorgang in van de dominantie van rum als de Amerikaanse nationale drank. De genadeklap voor de rum was de drooglegging in 1920. Toen verdwenen zelfs de laatste rum distilleerderijen in New England. De beroemde rumrunners in dat tijdperk tot 1933 smokkelden voornamelijk whiskey. Door de uitvinding van suikerextractie uit de suikerbiet in Europa verminderde daar de vraag naar Caribische suiker enorm, hierdoor verminderde uiteraard ook de hoeveelheid restproduct (melasse) en werd er dus ook weer minder rum gedistilleerd. Veel plantages werden gesloten. De rumproductie beperkte zich tot landen waar wel nog suikerriet werd geteeld, voornamelijk het Caribisch gebied. Toen daar het toerisme zijn intrede deed, werd rum weer iets populairder en onder aanvoering van een gat in de markt ziende grote ondernemingen als Bacardi, Diageo (Captain Morgan) en Pernod Ricard (Havanna Club), werd rum nog populairder, op dit moment is het zelfs de snelst groeiende sterke drank in Europa. Dankzij internet, vakanties en diverse promoties is rum ook steeds meer geliefd onder de whiskydrinkers. Rum is niet meer alleen voor in de cola maar door de vele soorten en rijpingen wordt rum nu ook puur gedronken.